klatergoud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kla·ter·goud
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord klatergoud -
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

klatergoud o

  1. alles wat niet echt is
    • Wat een klatergoud, zeg! 
  2. vals bladgoud
    • Dat was geen echt goud, maar klatergoud! 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen