boor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Periodiek systeem der elementen (nld)
H He
Li Be B C N O F Ne
Na Mg Al Si P S Cl Ar
K Ca Sc Ti V Cr Mn Fe Co Ni Cu Zn Ga Ge As Se Br Kr
Rb Sr Y Zr Nb Mo Tc Ru Rh Pd Ag Cd In Sn Sb Te I Xe
Cs Ba * Hf Ta W Re Os Ir Pt Au Hg Tl Pb Bi Po At Rn
Fr Ra ** Rf Db Sg Bh Hs Mt Ds Rg Cn Uut Fl Uup Lv Uus Uuo
* La Ce Pr Nd Pm Sm Eu Gd Tb Dy Ho Er Tm Yb Lu
** Ac Th Pa U Np Pu Am Cm Bk Cf Es Fm Md No Lr
Boor
5B
Uitspraak
Woordafbreking
  • boor
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘werktuig om gaten te maken’ voor het eerst aangetroffen in 1440 [1]
  • [2] Afkomstig van het Arabische Buraq voor borax, een mineraal dat het voornaamste erts voor boorwinning is.
1 enkelvoud meervoud
naamwoord boor boren
verkleinwoord boortje boortjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord boor -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boor

  1. v/m (gereedschap) een rond zijn as ronddraaiend werktuig om gaten mee te maken
    • Hij liet de boor per ongeluk op de grond vallen. 
  2. o (scheikunde), (element) een chemisch element en een zwart metalloïde, met symbool B en atoomnummer 5
    • Waar wordt boor in gebruikt? 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
boren

boor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boren
    • Ik boor. 
  2. gebiedende wijs van boren
    • Boor! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boren
    • Boor je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
boor boors

Zelfstandig naamwoord

boor

  1. boerenheikneuter


Estisch

Zelfstandig naamwoord

boor

  1. (element) boor.