kleurrijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleur·rijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kleurrijk kleurrijker kleurrijkst
verbogen kleurrijke kleurrijkere kleurrijkste
partitief kleurrijks kleurrijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

kleurrijk

  1. vol opvallende kleuren
    • Het marktplein met al zijn geweven stoffen maakte een kleurrijke indruk. 
    • Een figuratieve ambachtsman die flirtte met pop-art, die niks moet hebben van het minimalisme van grote rode vlakken of barbaarse abstracte kunst, maar portretten maakt en reusachtige kleurrijke natuurschilderingen. Een vrolijke, innemende snuiter bovendien. [1] 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen