kleuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kleu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kleuren
kleurde
gekleurd
zwak -d volledig

Werkwoord

kleuren

  1. overgankelijk van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.
    • Wat heb je dat mooi gekleurd. 
  2. ergatief een kleurverandering ondergaan
    • Hij kleurt van woede. 
    • Zijn das kleurt goed bij dat overhemd. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

kleuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kleur
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie