vleeskleurig
Uiterlijk
- vlees·kleu·rig
- afgeleid van vleeskleur met het achtervoegsel -ig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vleeskleurig | vleeskleuriger | vleeskleurigst |
| verbogen | vleeskleurige | vleeskleurigere | vleeskleurigste |
| partitief | vleeskleurigs | vleeskleurigers | - |
vleeskleurig
- de kleur van vlees bezittend
1. de kleur van vlees bezittend
- Het woord vleeskleurig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vleeskleurig" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be