askleur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·kleur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord askleur askleuren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

askleur v/m [1]

  1. de vale, grauwe, vaak grijze kleur van as
    • Voor de merkwaardige askleur in een kleilaag van 60 miljoen jaar oud weet Nahar noch assistent-geoloog Henk Zwaan een verklaring: “Dat is voor de experts”. Even later meldt de boormeester, dat hij aan het toerental van de motor ziet dat hij in het harde gesteente terecht is gekomen: het doel van de boring lijkt bereikt. [2] 
    • Het helderblauwe water geeft een mooi contrast met de zwarte en okergele askleuren van de omgeving. [3] 
    • Cennino Cennino juichte: “Ultramarijn is een illustere kleur, de mooiste onder alle andere kleuren; men kan er niets over zeggen, (-) dat niet door zijn kwaliteiten wordt overtroffen.” De schrijver waarschuwt er wel voor de lapis lazuli eerst goed te bekijken: “..als je de goede steen wilt herkennen, moet je er een kiezen die het rijkst aan blauw is, want het is gemengd net als as. De steen die de minste askleur bevat is het beste.” Om van steen verf te maken, had iedere schilder zo zijn eigen recept. De geringste verandering in de samenstelling kon een dieper effect geven of de intensiteit juist doen afnemen. [4] 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen