gelaatskleur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·laats·kleur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gelaatskleur gelaatskleuren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gelaatskleur v/m

  1. de tint van het aangezicht
    • Zijn bleke gelaatskleur deed haar de schrik om het hart slaan. 
Vertalingen

Gangbaarheid