Naar inhoud springen

pa

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Pa, , , , , ,
  • pa
enkelvoud meervoud
naamwoord pa pa's
verkleinwoord paatje paatjes

de pam

  1. (familie) vader
    • Mijn pa komt morgen op bezoek bij mij. 
99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be


  • pa
pa enkelvoud meervoud
naamwoord pa pa's

pa

  1. (familie) vader; een mannelijke ouder


pa

  1. (familie) pa


pa

  1. op


pa

  1. (hoendervogels) pauw; een siervogel waarvan het mannetje een lange sleep van verlengde dekveren bezit die hij om indruk te maken rechtop kan zetten


  • pa

pa

  1. (informeel) doei, dag, tot ziens; een afscheidsgroet


  • pa

pa

  1. (kindertaal)(informeel) doei, dag, tot ziens; een afscheidsgroet