opeenstapeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·een·sta·pe·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opeenstapeling opeenstapelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

opeenstapeling v

  1. een grote hoeveelheid samenhangende zaken
    • De bouw van vliegveld Berlijn Brandenburg was een opeenstapeling van allerlei technische en organisatorische problemen. 


Gangbaarheid