opeenhoping
Uiterlijk
- Geluid: opeenhoping (hulp, bestand)
- IPA: / ɔpˈenhopɪŋ / (4 lettergrepen)
- op·een·ho·ping
- Naamwoord van handeling van opeenhopen met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opeenhoping | opeenhopingen |
| verkleinwoord | opeenhopinkje | opeenhopinkjes |
de opeenhoping v
- het (zich) opeenhopen
- het opeengehoopte
1.
- Het woord opeenhoping staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.