wan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wan wannen
verkleinwoord wannetje wannetjes

Zelfstandig naamwoord

wan v/m

  1. (landbouw) een mand om koren te zuiveren van kaf en stro
  2. (techniek) blaasbalg van een smidse
  3. reservoir van sommige soorten ovens (zie wanoven)
  4. (informatica) acroniem voor 'wide area network' (idem lan)
stellend
onverbogen wan
verbogen wanne
partitief wans

Bijvoeglijk naamwoord

wan

  1. (verouderd) schadelijk, slecht, verkeerd
Opmerkingen
  • Alleen nog gebruikelijk in samenstellingen, zie: wan-

Werkwoord

vervoeging van
wannen

wan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wannen
    • Ik wan. 
  2. gebiedende wijs van wannen
    • Wan! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wannen
    • Wan je? 

Gangbaarheid

31 % van de Nederlanders
27 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen



Surinaams

Telwoord (srn)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 200 106
3 13 30 300 109
4 14 40 400 1012
5 15 50 500 1015
6 16 60 600 1018
7 17 70 700 1021
8 18 80 800 1024
9 19 90 900 1027
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Engelse one.

Hoofdtelwoord

wan

  1. één