opeenvolging
Uiterlijk
- Geluid: opeenvolging (hulp, bestand)
- IPA: / ɔpˈeɱvɔlɣɪŋ / (4 lettergrepen)
- op·een·vol·ging
- Naamwoord van handeling van opeenvolgen met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opeenvolging | opeenvolgingen |
| verkleinwoord | opeenvolginkje | opeenvolginkjes |
de opeenvolging v
- het opeenvolgen, de volgorde
- lange reeks, aaneenschakeling, sequens, sequentie
- De precieze opeenvolging van de gebeurtenissen vanaf dat moment kon later niemand meer reconstrueren. [2]
- Het woord opeenvolging staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Lemaitre, PierreTot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 13