ander

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·der
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Middelnederlands [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ander anderen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ander m

  1. diegene die je niet zelf bent
    • Dat laat ik aan anderen over. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
stellend
onverbogen ander
verbogen andere

Bijvoeglijk naamwoord

ander

  1. niet deze
    • De broek heeft een andere kleur dan deze trui. 
  2. een of ander: het maakt niet uit
    • Geef mij maar een of ander koekje het maakt mij allemaal niets uit. 
  3. het een en ander:dit en wat anders
    • We kregen het een en ander te horen van de baas, maar lang niet alles. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen