ion

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ion
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘elektrisch geladen deeltje’ voor het eerst aangetroffen in 1886 [1]
  • neologisme uit het Grieks ion, met het achtervoegsel -on [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord ion ionen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ion o

  1. (natuurkunde) (scheikunde) een atoom of een molecuul die elektrisch geladen is door een gebrek aan of overschot van één of meer elektronen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Verwijzingen