bat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bátbåt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bat
enkelvoud meervoud
naamwoord bat bats
verkleinwoord batje batjes

Zelfstandig naamwoord

bat o [1] [2]

  1. (sport) slaghout waarmee bij cricket de bal gespeeld wordt. [3]
  2. (sport) plankje aan een steel waarmee bij het tafeltennissen de bal wordt geslagen [4]
  3. Schot van planken, dienend om tijdelijk als brug over een sloot te worden gelegd, ook wel vaste brug zonder leuning [5] [6]
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bat banot
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bat v/m

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) dochter, meisje
Verwante begrippen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders
72 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. etymologiebank.nl
  6. Woordenboek der Nederlandse taal
  7. Stichting Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bat m

  1. boot


Baskisch

Telwoord (eus)
1 11 10
2 12 20
3 13
4 14
5 15
6 16
7 17
8 18
9 19

Hoofdtelwoord

bat

  1. één



Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bat bats

Zelfstandig naamwoord

bat

  1. vleermuis
  2. slaghout
Uitdrukkingen en gezegden
  • right off the bat
    • in het begin


Zelfstandig naamwoord

bat

  1. (plantkunde) gras