bat

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bátbåt

Nederlands

Uitspraak
Gelijkklinkende woorden
Woordafbreking
  • bat
Woordherkomst en -opbouw
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord bat bats
verkleinwoord batje batjes

Zelfstandig naamwoord

[A] bat o

  1. (sport) slaghout waarmee bij sporten als honkbal en cricket de bal gespeeld wordt
  2. (sport) plankje aan een steel waarmee bij het tafeltennissen de bal wordt geslagen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
batten

[A] bat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van batten
  2. gebiedende wijs van batten
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord bat batten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] bat o

  1. (verkeer) schot van planken, als tijdelijk als brug over een sloot of als vaste brug zonder leuning
  2. (waterbeheer) lage waterkering
  3. (verkeer), (spoorwegen) verhoging waarop een weg of spoorweg is aangelegd
Synoniemen
Hyponiemen

Werkwoord

vervoeging van
batten

[B] bat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van batten
  2. gebiedende wijs van batten
[C] v enkelvoud meervoud
naamwoord bat banot
(benot)
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[C] bat v

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) dochter, meisje
Verwante begrippen
[C] m enkelvoud meervoud
naamwoord bat batten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[C] bat m

  1. (straattaal) (Bargoens) dom persoon
Synoniemen

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.[9]

Meer informatie

Verwijzingen


Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bat m

  1. boot


Baskisch

Telwoord (eus)
1 11 10
2 12 20
3 13
4 14
5 15
6 16
7 17
8 18
9 19

Hoofdtelwoord

bat

  1. één


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bat bats

Zelfstandig naamwoord

bat

  1. (dierkunde) vleermuis
  2. slaghout
Hyponiemen
Uitdrukkingen en gezegden


Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

bat o

  1. bad


Zelfstandig naamwoord

bat

  1. (plantkunde) gras


Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

bat

  1. (meteorologie) sneeuw