su

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Water in een glas

Azeri

Zelfstandig naamwoord

su

  1. water


Baskisch

Zelfstandig naamwoord

su

  1. vuur


Gagaoezisch

Zelfstandig naamwoord

su

  1. water


Guarani

Hoofdtelwoord

su

  1. duizend


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • su
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

su

  1. op, bovenop
  2. over, betreffende
  3. boven

Bijwoord

su

  1. boven

Tussenwerpsel

su!

  1. kom op!


Kazachs

Zelfstandig naamwoord

su

  1. water
Schrijfwijzen
  • Cyrillische transcriptie: су.


Kabylisch

Werkwoord

su

  1. drinken


Litouws

Voorzetsel

su + instrumentalis

  1. met


Oeigoers

Zelfstandig naamwoord

su

  1. water
Schrijfwijzen
  • Arabische transcriptie: سۇ.


Spaans

  enkelvoud meervoud
onbeklemtoond beklemtoond onbeklemtoond beklemtoond
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
1e persoon mi enk
mis mv
mío m enk mía v enk
míos m mv mías v mv
nuestro m enk nuestra v enk
nuestros m mv nuestras v mv
2e persoon tu enk
tus mv
tuyo m enk tuya v enk
tuyos m mv tuyas v mv
vuestro m enk vuestra v enk
vuestros m mv vuestras v mv
3e persoon
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv

Voornaamwoord

su enk

  1. zijn,haar,uw,hun; bezittelijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud en meervoud
    ella compra su pan - «zij koopt haar brood».
    ellos venden su barco - «zij verkopen hun boot».
Verwante begrippen




Tataars

Zelfstandig naamwoord

su

  1. water
Schrijfwijzen
  • Cyrillische transcriptie: су.


Tobiaans

Zelfstandig naamwoord

su

  1. één (indien het gaat om een kokosnoot)


Turks

Uitspraak
Woordafbreking
  • su

Werkwoord

su

  1. (huishouden) sap persen
  2. pootjebaden, waden
enkelvoud meervoud
nominatief   su     sular  
genitief   suyu     suları  
datief   suya     sulara  
accusatief   suda     sularda  
locatief   sudan     sulardan  
ablatief   suyun     suların  

Zelfstandig naamwoord

su

  1. (aardrijkskunde) water (bijv. een rivier, meer, kanaal)
    «Su sakin ve çok maviydi.»
    Het water was rustig en zeer blauw.
  2. (biologie) ejaculaat
  3. (biologie) sperma
  4. (drinken) drinkwater
  5. (drinken) sap (bijv. citroensap)
  6. (scheikunde) water (H2O)
  7. vloeistof
Typische woordcombinaties