rechtszaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rechts·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rechtszaak rechtszaken
verkleinwoord rechtszaakje rechtszaakjes

Zelfstandig naamwoord

rechtszaak v/m

  1. (juridisch) een geschil dat twee of meer partijen hebben over hun rechten en dat zij aan de uitspraak van een rechter onderwerpen
    • Ze spannen een rechtszaak aan tegen dat bedrijf. 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Een rechtszaak aanspannen/beginnen.
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be