zakenvrouw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·vrouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenvrouw zakenvrouwen
verkleinwoord zakenvrouwtje zakenvrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

zakenvrouw v

  1. (beroep) een vrouwspersoon die zich richt op commerciële activiteiten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie