zakenvrouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·vrouw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenvrouw zakenvrouwen
verkleinwoord zakenvrouwtje zakenvrouwtjes

Zelfstandig naamwoord

zakenvrouw v

  1. (beroep) een vrouwspersoon die zich richt op commerciële activiteiten
    De gewiekste zakenvrouw, van het jaar 2000, die de internetaanbieder naar de beurs bracht, moest opstappen omdat de beursgang een fiasco werd.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie