bedrijf

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·drijf
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrijf bedrijven
verkleinwoord bedrijfje bedrijfjes

Zelfstandig naamwoord

bedrijf o

  1. (bedrijfskunde) organisatie, samenspel van mensen en middelen om producten en of diensten te leveren
  2. (economie) een economische eenheid, gericht op het maken van winst
  3. (juridisch) een zelfstandige rechtsvorm met winst oogmerk
  4. (techniek) het in werking zijn van iets
    Met een druk op de knop werd het nieuwe systeem in bedrijf gesteld.
  5. (toneel) een deel van een toneelstuk
    In het tweede bedrijf vertelde hij zijn verhaal.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bedrijven

bedrijf

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedrijven
    Ik bedrijf.
  2. gebiedende wijs van bedrijven
    Bedrijf!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedrijven
    Bedrijf je?