zakenrelatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·re·la·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenrelatie zakenrelaties
verkleinwoord zakenrelatietje zakenrelatietjes

Zelfstandig naamwoord

zakenrelatie v

  1. iemand die men kent omdat men er zaken mee gedaan heeft
    • We hebben alle zakenrelaties uitgenodigd voor de opning van ons nieuwe gebouw. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.