zakendiner

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·di·ner
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakendiner zakendiners
verkleinwoord zakendinertje zakendinertjes

Zelfstandig naamwoord

zakendiner o

  1. een bezoek aan een goed restaurant met zakelijke bedoelingen
    • Dat zakendiner heeft ons een goed contract opgeleverd. 

Gangbaarheid