Naar inhoud springen

zaakje

Uit WikiWoordenboek
  • zaak·je
  • afgeleid van  zaak zn  met het achtervoegsel -je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (zaak) (zaken)
verkleinwoord zaakje zaakjes

hetzaakjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord zaak
  2. alleen verkleinwoord (anatomie), (eufemisme) mannelijke geslachtsdeel
    • Pas op met die machine, straks verlies je je zaakje nog! 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be