zakenwereld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·we·reld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenwereld zakenwerelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zakenwereld m

  1. de kringen van diegenen die zaken doen
    • In de zakenwereld is dat niet gebruikelijk. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie