zakenleven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·le·ven
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenleven -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zakenleven o

  1. de groep mensen die zich met zakendoen bezighoudt en hun activiteiten
    Hij stortte zich aanvankelijk met veel succes op het zakenleven.