erezaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erezaak erezaken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

erezaak v/m [1]

  1. een zaak waarmee de eer is gemoeid, maar die vaak verder niet zo heel belangrijk is
    • Kwasniewski en Cox waarschuwen dat het zogeheten Oostelijk Partnerschap (integratie in de Europese markt van Oekraïne en vijf andere ex- Sovjetrepublieken) jaren vertraging zal oplopen. Het associatieverdrag zou volgende week op een top in Vilnius zijn beslag moeten krijgen. Voor Litouwen was een akkoord een erezaak. De postcommunistische landen gaat het om meer dan alleen het terugdringen van de Russische invloedssfeer. De oostelijke regio’s van Polen komen moeilijk tot economische wasdom, omdat de EU daar abrupt eindigt.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Stephane AlonsoHubert Smeets 22 november 2013