levensmiddelenzaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·mid·de·len·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensmiddelenzaak levensmiddelenzaken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levensmiddelenzaak v / m

  1. bedrijf waar particulieren hun voedsel en dagelijkse benodigdheden kunnen kopen
     De levensmiddelenzaak bij mij in de buurt biedt 48 soorten yoghurt, 134 verschillende soorten rode wijn, 64 soorten schoonmaakproducten; alles bij elkaar 30.000 artikelen.[1]
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 mei 2020 Weblink bron Rolf Dobelli “De keuzefout” (25 september 2012) op nrc.nl