onderneming

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·ne·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderneming ondernemingen
verkleinwoord onderneminkje onderneminkjes

Zelfstandig naamwoord

onderneming v

  1. een organisatie
    Hij wil hier een onderneming gaan starten.
  2. een gewichtige zaak die men op zich neemt
    Dat is wel een hele onderneming, zeg!
Vertalingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord onderneming ondernemings

Zelfstandig naamwoord

onderneming

  1. onderneming