onderneming

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·ne·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderneming ondernemingen
verkleinwoord onderneminkje onderneminkjes

Zelfstandig naamwoord

onderneming v

  1. een organisatie
    Hij wil hier een onderneming gaan starten.
  2. een gewichtige zaak die men op zich neemt
    Dat is wel een hele onderneming, zeg!
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen



Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord onderneming ondernemings

Zelfstandig naamwoord

onderneming

  1. onderneming