zakenklimaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·kli·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenklimaat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zakenklimaat o

  1. het geheel van omstandigheden waaronder ondernemers hun zaken moeten doen
    • Het harder wordende zakenklimaat treft met name kleine ondernemers, die door grote opdrachtgevers onder druk worden gezet. 

Gangbaarheid