staatszaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • staats·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staatszaak staatszaken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

staatszaak m/v

  1. (politiek) kwestie van algemeen belang, iets wat de overheid aangaat
  2. (figuurlijk) heel belangrijk onderwerp

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen