handel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Handel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del
enkelvoud meervoud
naamwoord handel handels
verkleinwoord handeltje handeltjes

Zelfstandig naamwoord

handel m

  1. (economie), (handel) de in- en verkoop van goederen
  2. winkel
  3. handelswaar
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord handel handels
verkleinwoord handeltje handeltjes

Zelfstandig naamwoord

handel m

  1. handgreep, handvat, hendel

Bijwoord

handel

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    handeldrijven: zij dreven daar al jaren handel mee.

Werkwoord

vervoeging van
handelen

handel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handelen
    Ik handel.
  2. gebiedende wijs van handelen
    Handel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handelen
    Handel je?

Meer informatie


Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nedertyske zelfstandige naamwoord handel
Naar frequentie 2218
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   handel     handelen
handlen  
  handler     handlene  
genitief   handels     handelens
handlens  
  handlers     handlenes  

Zelfstandig naamwoord

handel, g

  1. (economie) (handel) markt, transactie (de economische sector)
  2. handel, transactie (koop, verkoop)
  3. handel, transactie (een handelsplaats: boetiek, markt, winkel, zaak)
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Meer informatie


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nedertyske zelfstandige naamwoord handel
Naar frequentie 4038
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   handel     handelen     handler     handlene  
genitief   handels     handelens     handlers     handlenes  

Zelfstandig naamwoord

handel, m

  1. (economie) handel, markt, transactie (de economische sector)
  2. (handel) handel, transactie (koop, verkoop)
  3. (handel) handel, transactie (een handelsplaats: boetiek, markt, winkel, zaak)
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Meer informatie


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Nedertyske zelfstandige naamwoord handel
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   handel     handelen     handlar     handlane  

Zelfstandig naamwoord

handel, m

  1. (economie) handel, markt, transactie (de economische sector)
  2. (handel) handel, transactie (koop, verkoop)
  3. (handel) handel, transactie (een handelsplaats: boetiek, markt, winkel, zaak)
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen

Meer informatie