Naar inhoud springen

oorzaak

Uit WikiWoordenboek
  • oor·zaak
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘reden’ voor het eerst aangetroffen in 1401 [1]
  • afgeleid van zaak met het voorvoegsel oor- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oorzaak oorzaken
verkleinwoord

deoorzaakv/m [3]

  1. datgene wat noodzakelijk en voldoende is om een zeker gevolg te hebben
     Ze wisten niet dat ik een zoon had die in coma lag en dat ik de confrontatie zou aangaan met de vrouw die daar de oorzaak van was.[4]
     Zulke magnetische trillingen zouden de oorzaak kunnen zijn van de ongehoord hoge temperatuur van de corona - één tot twee miljoen graden.[5]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]