zaaksofficier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zaaks·of·fi·cier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zaaksofficier zaaksofficieren
zaaksofficiers
verkleinwoord zaaksofficiertje zaaksofficiertjes

Zelfstandig naamwoord

zaaksofficier m

  1. de reguliere officier van justitie die de leiding heeft over de zaak en het onderzoek nadat het vooronderzoek afgelopen is
    • De zaaksofficier ging weer naar huis. 

Gangbaarheid