geding

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geding gedingen
verkleinwoord gedingetje gedingetjes

Zelfstandig naamwoord

geding o

  1. een rechtbank bij verschillende Germaanse stammen en koninkrijken
  2. een rechtspraak
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

In het geding zijn

  • In gevaar zijn, op het spel staan.
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen