zakenmens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenmens zakenmensen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zakenmens m

  1. iemand die goed thuis is in het zakenleven
    • Hij is altijd al een uitstekend zakenmens geweest. 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.