modezaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

modezaak Jola
Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·de·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord modezaak modezaken
verkleinwoord modezaakje modezaakjes

Zelfstandig naamwoord

modezaak v/m [1]

  1. winkel waar je moderne, hippe kleding kunt kopen vooral voor jonge vrouwen
    • De vriendinnen gingen graag shoppen in de verschillende modezaken van de stad. 
Synoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen