zakelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van zaak met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen zakelijk zakelijker zakelijkst
verbogen zakelijke zakelijkere zakelijkste
partitief zakelijks zakelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

zakelijk

  1. zoals dat onder zakenlieden gebruikelijk is
    • Hij benaderde deze geruchtmakende materie een uiterst zakelijke wijze. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.