Naar inhoud springen

rechter

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: rechter-
  • rech·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord rechter rechters
verkleinwoord rechtertje rechtertjes

derechterm

  1. (juridisch) (beroep) persoon die rechtspreekt, persoon die een oordeel velt
     Een van de weinigen die de verslagen heeft ingezien was de Nederlandse rechter Bert Röling, die namens Nederland lid was van het internationale militaire tribunaal in Tokyo.[2]
     Den Haag is de eerste stad in Nederland die zo'n verbod invoerde. Sinds 1 januari zijn er geen fossiele reclames in bushokjes of op straat meer te zien. Het gaat bijvoorbeeld om reclames voor vliegreizen en cruisevakanties. De reisbranche was het niet eens met het verbod en spande een kort geding aan, schrijft Omroep West.[4]
  • Naar de rechter stappen
Vanwege een geschil naar de rechter gaan
  • Rechter in eigen zaak zijn
Oordelen in iets waar men zelf zeer nauw bij betrokken is (≈ Voor eigen rechter spelen)
  • [Voor] eigen rechter spelen
In een kwestie het recht geheel in eigen handen nemen, terwijl men daarvoor niet in de juiste positie is
  • Afgeleid van rechts met het achtervoegsel -er
stellend
onverbogen rechter
verbogen

rechter

  1. aan de tegenovergestelde zijde van het lichaam waar gewoonlijk het hart zit
    • Ik heb hier de rechter sok, maar waar is de linker gebleven? 

rechter

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van recht
    • Daarna werd mijn stoel een stukje rechter gezet en kreeg nu weer zo'n warme doek in mijn nek. [5]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]