zaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken

Zelfstandig naamwoord

zaken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord zaak
  2. commerciële activiteiten.
    Tja, zaken zijn nu eenmaal zaken!
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

zaken

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    zakendoen: Hij deed veel zaken met Iran.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.