verzaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·za·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verzaken
verzaakte
verzaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

verzaken [2]

  1. overgankelijk een plicht niet nakomen, verzuimen, verloochenen
  2. overgankelijk bij het kaartspel: een troef of kleur niet bekennen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal