videozaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·deo·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord videozaak videozaken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

videozaak v/m

  1. winkel waar videoapparatuur wordt verkocht
    • De ondernemers in de Nieuwstraat hebben totaal geen hulp gehad van de gemeente. Dat stelde Hans Kleij van een audio- en videozaak in de winkelstraat dinsdag in de gemeenteraadsvergadering. [1] 
    • Onbekenden hebben maandagavond omstreeks 23.30 uur een ramkraak gepleegd bij een audio– en videozaak aan de Avenue Céramique in Maastricht. Dat heeft de politie dinsdag gemeld. [2] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tubantia 01-09-09 Ondernemer Nieuwstraat klaagt over gemeente
  2. Reformatorisch Dagblad 13-01-2009 Ramkraak bij audiowinkel in Maastricht
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be