aangelegenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·ge·le·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aangelegenheid aangelegenheden
verkleinwoord aangelegenheidje aangelegenheidjes

Zelfstandig naamwoord

aangelegenheid v

  1. zaak, kwestie
    • Van een begrafenis kun je een dure aangelegenheid maken, maar het kan natuurlijk ook een stuk simpeler. 
  2. belang
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen