zakenkantoor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • za·ken·kan·toor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zakenkantoor zakenkantoren
verkleinwoord zakenkantoortje zakenkantoortjes

Zelfstandig naamwoord

zakenkantoor o

  1. een gebouw dat bedoeld is om een organisatie te huisvesten, die diensten verleent in verzekeringen of bankzaken
    • Hier was vroeger een zakenkantoor. 

Gangbaarheid