kruidenierszaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krui·de·niers·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kruidenierszaak kruidenierszaken
verkleinwoord kruidenierszaakje kruidenierszaakjes

Zelfstandig naamwoord

kruidenierszaak v/m

  1. (economie), (voeding) een winkel voor kruidenierswaren
     De deur van de kruidenierszaak stond open en van verre zag ze al dat het er vol stond.[1]
     We vervolgen onze route richting een kruidenierszaak in de Bijlmer waar we een afspraak hebben met algemeen directeur Cees van Vliet. Het beleid van deze keten die op de kleintjes let is om zo min mogelijk afval te produceren.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Carla de Jong “Geheim leven” (2019), Ambo Anthos, ISBN 9789026346132
  2. Bronlink geraadpleegd op 6 januari 2022 Weblink bron “'Dumpsterdiver' Robin duikt letterlijk naar afval” (04-08-2011), NOS