drugszaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • drugs·zaak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord drugszaak drugszaken
verkleinwoord drugszaakje drugszaakjes

Zelfstandig naamwoord

drugszaak v / m

  1. een aan drugs gerelateerde situatie

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be