commercie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·mer·cie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commercie
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

commercie v [2]

  1. (handel) de verhandeling van goederen en diensten
    Alsof alleen landelijke voetbalteams van nationaal belang zijn en wielrenners thuishoren rond het afvoerputje van folklore. In de conservatieve wereld van de sport blijft de hiërarchie wat ze honderd jaar geleden ook was. Uiteraard gesteund door commercie.[3]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Hugo Camps 2 juli 2016.