uur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uur
enkelvoud meervoud
naamwoord uur uren
verkleinwoord uurtje uurtjes

Zelfstandig naamwoord

uur o

  1. (tijdrekening), (eenheid) een eenheid van tijd die bestaat uit 60 minuten, weergegeven met de afkorting u of h
    • Een dag bestaat uit 24 uur. 
  2. tijdstip, ogenblik
    • het is nu precies vijf uur 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Meroniemen
Typische woordcombinaties
  • met drie uur verlengd
  • per uur
  • 24-uur
Opmerkingen
  • De tijdsaanduidingen op -r blijven na een bepaald telwoord in het enkelvoud: drie uur, drie jaar.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie