avonduur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • avond·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord avonduur avonduren
verkleinwoord avonduurtje avonduurtjes

Zelfstandig naamwoord

avonduur o

  1. een uur in de avond
    • De winkel was ook in de avonduren nog geopend. 
Opmerkingen

Dit woord wordt meestal in de meervoudsvorm gebruikt.

Verwante begrippen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.