uurwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uur·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uurwerk uurwerken
verkleinwoord uurwerkje uurwerkjes

Zelfstandig naamwoord

uurwerk o

  1. (tijdrekening) een mechaniek dat de tijd bijhoudt of aangeeft
    • Het carillon is voorzien van een uurwerk zodat het overdag elk halfuur een wijsje laat horen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be