piekuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

verkeer tijdens het piekuur
Uitspraak
Woordafbreking
  • piek·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord piekuur piekuren
verkleinwoord piekuurtje piekuurtjes

Zelfstandig naamwoord

piekuur o [2]

  1. (verkeer) een tijdsperiode met veel verkeer
    • De haventerminals MPET en Antwerp Gateway willen op die manier de doorstroming aan de terminal zelf verbeteren, maar ook het regionale wegennet tijdens de piekuren ontlasten. ‘Want meer trucks ’s nachts betekent minder verkeer overdag’, zegt het Havenbedrijf Antwerpen. [3] 
  2. tijdsperiode waarin het heel druk is
    • Volgens een woordvoerder van Deliveroo is het bedrijf overgestapt op een zzp-model om de bezorgers maximale flexibiliteit te bieden, zodat ze in de piekuren meer opdrachten kunnen aannemen. "Sinds de introductie van het nieuwe model zijn ruim 150 riders bij ons aan de slag als zzp'er, en hun aantal groeit iedere week. Bovendien verdient al 90 procent van de zzp'ers meer dan wanneer ze in loondienst zijn, omdat we ze per levering kunnen betalen."[4] 
  3. tijdsperiode dat iets veel gevraagd en gebruikt wordt
    • Waterbedrijf Vitens heeft zijn klanten opgeroepen om de komende dagen in de piekuren het waterverbruik zoveel mogelijk te beperken. Dat moet voorkomen dat de waterdruk te laag wordt. Vanwege de hitte is het waterverbruik momenteel hoger dan normaal. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. piekuur op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard 16/februari/2017 door poj
  4. Tubantia Natasja de Groot 13- september -2017
  5. NRC Eva Smal 2 juli 2015