etensuur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • etens·uur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord etensuur etensuren
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

etensuur o [1]

  1. het tijdstip dat men gewoonlijk de maaltijd gebruikt
    • De rat die Short had geroken, had die echt bestaan, of was het allemaal bluf en onzin van Timman geweest? Het etensuur werd overgeslagen, en pas na vele uren werken kwam het begrip. De conclusie van het team van Short was dat de openingsvoorbereiding van Timman briljant was geweest. Zijn torenoffer, dat er op het eerste gezicht krankzinning uitzag, was volledig correct geweest. [2] 
    • Toetjes die zich rond het etensuur nog snel even in elkaar laten flansen hebben altijd mijn bijzondere aandacht. [3] 
    • Iedereen die de Gouden Tempel bezoekt wordt gratis voedsel aangeboden: dal en brood. Wanneer een etensuur nadert, zwelt de menigte op het bordes en de trap buiten de gigantische bakstenen eetzaal aan. Honderden tegelijk worden binnengelaten om zich, in lange rijen op de vloer gezeten, te goed te doen. [4] 

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Hans Ree 25 januari 1993 Briljant studeerkamerwerk kiem voor nederlaag van Jan Timman
  3. NRC Florine Boucher 17 maart 1994 BESCHUITTAART
  4. NRC Don BlochRené Kurpershoek 14 november 1996 De vele functies van In India